Wie gewend is aan vlakke Nederlandse paden, merkt in de heuvels of bergen meteen het verschil. Klimmen kost energie, en afdalen is zwaarder voor je knieën dan je zou denken. Met een paar eenvoudige technieken loop je een stuk makkelijker.
Bergop: kleine stappen, vast tempo
- Maak kleinere stappen dan op vlak terrein
- Zoek een tempo dat je lang kunt volhouden; je moet nog kunnen praten
- Neem liever vaak een korte pauze dan één keer een lange
- Gebruik je wandelstokken om je af te zetten

Bergaf: spaar je knieën
Bij het afdalen vangen je knieën en bovenbenen veel op. Houd je knieën licht gebogen en zet je voeten rustig neer. Op steile stukken helpt het om zigzaggend te lopen of zijwaarts kleine stapjes te maken. Wandelstokken zijn hier echt goud waard: ze nemen een deel van de belasting over.
Tip: strik je veters wat strakker voordat je gaat afdalen. Zo schuift je voet niet naar voren in je schoen en voorkom je blauwe tenen.
Plan op hoogtemeters, niet alleen op kilometers
Een route van tien kilometer met veel klimmen duurt veel langer dan tien kilometer vlak. Kijk bij het plannen daarom ook naar het aantal hoogtemeters, en neem ruim de tijd. Zo kom je ontspannen aan en blijft er energie over om van het uitzicht te genieten.
Goed voorbereid
Stevige schoenen met goede grip maken bergop en bergaf een groot verschil. Lees meer in Wandelschoenen kiezen: hier let je op. Plan je een tocht in de echte bergen, bekijk dan ook onze tips voor een huttentocht in de Alpen.

Geef een reactie